14.1 Continuous / Straight Pool

 

De algemene regels zijn van toepassing, behalve wanneer die in tegenspraak zijn met onderstaande regels

6.1      Doel van het spel

14-1 Continuous (ook wel Straight Pool genoemd) is een 'aankondigingsspel'. Spelers moeten voor elke stoot de bal en zijn pocket aankondigen. Een speler scoort één punt voor iedere correct aangekondigde en in een geldige stoot gepotte bal. Hij mag verder spelen tot hij er niet langer in slaagt een aangekondigde bal geldig te potten of hij een foul maakt. Een speler kan de eerste 14 ballen potten, maar voor hij dan verder speelt door op de 15de (laatst op de tafel overblijvende) bal te spelen, moeten de 14 gepotte ballen terug opgelegd worden met een vrije plaats op het voetpunt. De speler poogt dan de 15de bal te potten op een dusdanige wijze dat de opgelegde ballen uit elkaar gespeeld worden en hij zijn beurt verder kan spelen.

De speler die als eerste het vooropgestelde puntenaantal bereikt, wint het spel.

6.2      Aantal spelers

2 Spelers of 2 ploegen.

6.3      Gebruikte ballen

Een set ballen genummerd van 1 tot en met 15 en een speelbal

6.4      De openingsconfiguratie

Een driehoek met de top op het voetpunt, de 1-bal op de rechterhoek en de 5-bal op de linkerhoek van de achterste rij ballen. De andere ballen worden willekeurig gelegd.

6.5      Het scoren

Elke geldig gepotte bal scoort één punt voor de speler aan beurt.

6.6      De break

De openende speler moet of

1. een bal en de pocket waarin die gepot zal worden, aankondigen en daar ook in slagen, of

2. de speelbal een genummerde bal laten raken en vervolgens de speelbal en minimaal twee genummerde ballen een band laten raken.

Voldoet men niet aan één van beide voorwaarden, dan maakt men een 'foul op de break', die bestraft wordt met twee minpunten (die van de score worden afgetrokken). Na een 'foul op de break' heeft de tegenspeler bovendien de keuze om

1. de positie te aanvaarden en zelf verder te spelen, of

2. de ballen opnieuw op te laten leggen en dezelfde speler opnieuw te laten breaken.

De tegenspeler blijft deze keuzes hebben totdat een geldende break wordt gemaakt.

'Fouls op de break' zijn géén reguliere fouls en tellen dus ook niet mee voor de drie-foul-regel' (zie regel 6.12).

Wordt bij de break voldaan aan de hierboven genoemde eisen, maar wordt de speelbal gepot of van tafel gespeeld, dan is dat een foul, die bestraft wordt met 1 minpunt en die wel meetelt voor de 'drie-foul-regel'. De inkomende speler krijgt de bal in de hand achter de hoofdlijn met de genummerde ballen op de posities waar ze tot stilstand gekomen zijn.

6.7      Spelregels

1. Zolang een speler op een legale wijze ballen pot, blijft hij aan de beurt. Een speler mag elke bal kiezen, maar dient wel steeds de gekozen bal en pocket aan te kondigen. Details zoals eventueel te raken banden, combinaties, en dergelijke meer (die alle geldig zijn) hoeven niet vermeld te worden. Worden in een geldige stoot naast de aangekondigde bal in de aangekondigde pocket nog andere ballen gepot, dan krijgt de speler voor elk van die gepotte ballen één punt.

2. Bij alle stoten dient de speler de speelbal en genummerde bal te laten raken en daarna of:

o een genummerde bal te potten, of

o de speelbal of een genummerde bal een band te laten raken.

Voldoet men daar niet aan, dan maakt men een foul.

Ligt een genummerde bal minder dan één baldikte van de band zonder dat hij er vast tegenaan ligt (de scheidsrechter zal dit desnoods nameten), dan mag eenzelfde speler slechts twee opeenvolgende (geldige) safeties spelen op die bal met gebruik van alleen maar die band. Voor zijn volgende beurt beschouwt men die bal als vast tegen de band liggend en gelden de bepalingen van regel 3.38.

(Opgelet!: Voor een speler wiens vorige stoot een foul was, wordt deze bal de volgende beurt direct als vast tegen de band liggend beschouwd en hij moet dan ook dadelijk voldoen aan de voorschriften voor bal vast tegen de band. Datzelfde geldt voor een speler die de vorige twee stoten een foul maakte of die in de stoot direct na een safety op deze bal (en met dus alleen die nabije band te gebruiken) een foul maakte, ook zij moeten dus meteen aan deze voorschriften voldoen. Doen ze dat niet, dan wordt hen een 'derde opeenvolgende foul' toegekend en wordt de overeenkomstige puntensanctie opgelegd tesamen met de puntenaftrek van de voorgaande fouls (in totaal worden dus 17 minpunten geteld). De vijftien ballen worden dan opnieuw opgelegd en de speler die de fouls beging moet dan breaken zoals bij de aanvang van het spel.)

3. Wanneer de veertiende bal gepot is, wordt het spel tijdelijk stilgelegd. De speelbal en de overblijvende vijftiende bal blijven liggen op de plaats waar ze liggen, de veertien gepotte ballen worden opnieuw opgelegd waarbij de plaats van de topbal (op het voetpunt) open blijft. De speler zet dan zijn beurt verder waarbij hij elke bal mag aanspelen.

4. Omwille van redenen van defensieve aard mag een speler een safety aankondigen. Ze zijn geldig, zolang aan alle geldende regels voldaan wordt. Na een safety is de beurt van de speler over, eventueel in de safety gepotte ballen leveren geen punten op en worden gerespot.

5. Een speler mag een bal, die in de richting van een pocket of de 'driehoek' rolt, niet oppakken, aanraken, of op andere wijze beïnvloeden (het oppakken van een bal die in een pocket rolt door zijn hand in de pocket te steken inbegrepen). Doet hij dat toch, dan maakt hij een zogenaamde 'opzettelijke foul' die bestraft wordt met zestien minpunten: één voor de foul en vijftien voor het opzettelijke karakter ervan. De inkmende speler mag kiezen:

a)de positie aanvaarden en zelf met de bal in de hand achter de hoofdlijn verder spelen, of

b)de vijftien ballen opnieuw laten opleggen en de speler die de foul beging laten breaken (met alle eisen van een gewone break).

6. Als de vijftiende (niet-gepotte) bal en/of de speelbal het laten zakken van de driehoek om de ballen terug op te leggen hindert, moeten de ballen volgens de tabel opgelegd worden.

7. Heeft een speler de bal in de hand achter de hoofdlijn (na het potten of van tafel spelen van de speelbal), en liggen alle overblijvende genummerde ballen in het hoofdveld, dan mag de speler vragen de genummerde bal die het dichtst bij de hoofdlijn ligt te spotten op het voetpunt.

Liggen twee of meer ballen even ver van de hoofdlijn, dan mag de speler kiezen welke van deze ballen hij eventueel wil laten spotten.

6.8      Ongeldig gepotte ballen

Ongeldig gepotte ballen worden zonder verdere sanctie gerespot.

6.9      Genummerde ballen van tafel spelen

 Het is een foul wanneer een bal van tafel gespeeld wordt. Alle van tafel gespeelde ballen worden gerespot nadat alle ballen tot stilstand zijn gekomen.

6.10    Speelbal potten of van tafel spelen

  De inkomende speler krijgt de bal in de hand achter de hoofdlijn, tenzij de regels 6.7.2, 6.7.5 of 6.12 van toepassing zijn en andere keuzes of procedures voorschrijven.

6.11    Straffen voor fouls

Voor iedere foul wordt één punt afgetrokken.

Let op! Er zijn strengere straffen voor opzettelijke fouls (zie regel 6.7.5) en voor drie opeenvolgende fouls (zie regel 6.12).

De inkomende speler speelt verder vanuit de positie waarin de ballen tot stilstand gekomen zijn tenzij

1. de foul een van tafel gespeelde of gepotte speelbal is,

2. het een opzettelijke foul is (zie regel 6.7.5) of

3. het om een derde opeenvolgende foul ging (zie regel 6.12).

6.12    Straffen voor opeenvolgende fouls

Een speler die een foul maakt, krijgt één (of in sommige gevallen meer) minpunt) aangerekend en er wordt aan de speler medegedeeld dat hij op één foul staat. Is zijn volgende stoot geldig, dan wordt zijn foulsaldo weer op nul gezet. Slaagt hij daar niet in, dan krijgt hij opnieuw een minpunt toegewezen en komt hij op twee fouls te staan. Slaagt hij bij zijn derde beurt aan de tafel nog niet, dan maakt hij zijn derde opeenvolgende foul waarvoor hij vijftien strafpunten krijgt. De ballen worden nu allemaal opnieuw opgelegd en de foulende speler moet openen volgens de daarvoor geldende regels.

Na een derde opeenvolgende foul komt een speler terug op nul fouls te staan.

Het dient benadrukt te worden dat opeenvolgende fouls in opeenvolgende stoten of pogingen aan de tafel dienen gemaakt te worden, niet enkel in opeenvolgende beurten aan tafel.

De speler moet tussen de tweede en de derde foul - op het moment dat hij de 'derde' maal aan de tafel komt - gewaarschuwd worden dat hij reeds twee opeenvolgende fouls gemaakt heeft.

Let op! Wanneer er niet gewaarschuwd wordt dat een speler reeds twee opeenvolgende fouls heeft gemaakt kan hij nog niet verliezen op drie fouls.

6.13    Het scoren

Het toekennen van minpunten kan aanleiding geven tot een negatieve score. Tijdens het spel kan een score dus 'min één', 'min twee', etc. bedragen. (Een speler kan zo een spel winnen terwijl zijn tegenspeler op min twee staat.

Als een speler foult tijdens een stoot waarin geen ballen worden gepot, dan wordt het minpunt van de score bij het einde van de vorige stoot afgetrokken. Pot een speler een bal bij dezelfde stoot als deze waarin hij foult, dan wordt de bal gerespot (geen punten) en wordt het minpunt afgetrokken van de score bij zijn vorige stoot.

6.14    Plaatsen van 15e bal en speelbal na potten 14e bal (tabel)

 

 

Speelbal

15e bal

 

In de driehoek

Niet in de driehoek,
niet op de hoofdpunt

Op het hoofdpunt

In de driehoek

15e bal: voetpunt
speelbal:
hoofdveld

15e bal: hoofdpunt
speelbal:
in positie

15e bal: middenpunt
speelbal:
in positie

Gepot

15e bal: voetpunt
speelbal:
hoofdveld

15e bal: voetpunt
speelbal:
in positie

15e bal: voetpunt
speelbal:
in positie

In het hoofdveld, niet op hoofdpunt

15e bal: in positie
speelbal:
hoofdpunt

 

 

Niet in het hoofdveld, en niet in de driehoek

15e bal: in positie
speelbal:
hoofdveld

 

 

Op het hoofdpunt

15e bal: in positie
speelbal:
middenpunt

 

* Op het hoofdpunt betekent in de weg om een bal te spotten